Auteur van deze pagina: Daphne te Slaa



0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer

Er is een aantal verschillen tussen het Grieks en het Nederlands dat transferfouten kan veroorzaken wanneer een kind met Grieks als moedertaal Nederlands leert. Hier moet dus rekening mee gehouden worden wanneer er onderzoek wordt gedaan naar een eventuele taalontwikkelingsstoornis bij het kind. Hieronder staan per deelgebied (fonologie, morfologie en syntaxis) kort de verschillen weergegeven. Voor uitgebreidere informatie over het Grieks kan paragraaf 2 geraadpleegd worden.

Fonologie
De klanken uit het Grieks komen veelal overeen met de klanken zoals de Nederlandse taal deze bezit. Er worden wat betreft de fonologie dus geen transferfouten verwacht. Een klein verschil is echter dat het Grieks een aantal klanken meer heeft dan het Nederlands. Zo komen de /g/ (als in ‘goal’), /ʒ/ (als in ‘rouge’), /ʤ/ (als in ‘jeep’) in het Nederlands slechts voor in leenwoorden (Freie Universität Berlin, 2013) en niet in woorden van Nederlandse afkomst. In het Modern Grieks komen deze klanken wel in woorden uit de standaardtaal voor.

Morfologie
De werkwoordsverbuiging in het Grieks werkt in feite hetzelfde als in het Nederlands. In tegenstelling tot het Nederlands heeft het Modern Grieks echter slechts één grammaticaal voorvoegsel, namelijk een markeerder voor de verleden tijd. Dit kan als gevolg hebben dat Griekse kinderen die Nederlands leren in het begin van de verwervingsfase andere markeerders weglaten. Dit kan gezien worden als transferfout, en hoeft dus niet per se te duiden op een TOS. Verder zijn persoonlijk voornaamwoorden als onderwerp niet nodig in het Grieks (het is een pro-droptaal). Dit komt doordat de uitgang al voldoende informatie bevat over geslacht, getal en naamval. In het Nederlands zou dit ook tot verwarring kunnen leiden, want in onze taal is het wel van belang dat het persoonlijk voornaamwoord genoemd wordt. Tot slot omvatten niet alleen de werkwoordsvervoegingen, maar ook de verbuigingen op de naamwoorden in het Modern Grieks persoon, getal en naamval. Deze zijn verschillend voor mannelijke, vrouwelijke of onzijdige naamwoorden. Vanuit de verbuigingen is op te maken in welke naamval het naamwoord staat, namelijk nominatief, genitief, accusatief of vocatief en of het naamwoord enkelvoud of meervoud is. Dit verschil met het Nederlands zou zich in negatieve transfer kunnen uiten door het onterecht toepassen van naamvallen op deze aspecten in het Nederlands.

Syntaxis
In het Modern Grieks kan, voor wat betreft de belangrijkste elementen van de zin, een willekeurige woordvolgorde aangenomen worden. Door de verschillende uitgangen van woorden kan de naamval afgeleid worden en hieraan is te zien welke vorm het woord aanneemt. In het Nederlands zou dit verwarring op kunnen leveren, aangezien in deze taal sprake is van een vaste woordvolgorde. Het Modern Grieks is een pro-drop, maar ook een null-subject taal. Dit houdt in dat respectievelijk bepaalde voornaamwoorden in sommige contexten kunnen worden weggelaten en dat door bepaald gebruik van grammaticale elementen het onderwerp kan ontbreken in de hoofdzin. De Modern Griekse taal berust voornamelijk op markering door middel van verscheidene naamvallen, waarbij de zin te decoderen is door hetgeen er met de inflecties (vervoegingen) op voorzetsels en werkwoorden gebeurt (Joseph & Tserdanelis, 2013). In het Nederlands kan dit niet aangezien de vervoegingen voor bepaalde getallen/persoonsvormen/naamvallen hetzelfde zijn. Wanneer een Grieks kind dat Nederlands leert problemen heeft met deze grammaticale aspecten kan dit komen door transfer, en hoeft het dus niet altijd te wijzen op en taalontwikkelingsstoornis.

Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen

Naast bovenstaande transferfouten is er een aantal problemen bij Griekse kinderen die Nederlands leren dat wel vaak duidt op een TOS. Onderstaande lijst bevat vragen die aan de ouders of tolk gesteld kunnen worden om te achterhalen of er sprake is van een taalontwikkelingsstoornis. Wanneer deze vragen bevestigend beantwoord kunnen worden, kan er worden overwogen om verder onderzoek naar een TOS bij het kind uit te voeren.

- Heeft het kind problemen met de vervoeging van de tweede persoon enkelvoud en meervoud in het Grieks? (rond de leeftijd van 4-6 jaar)
- Loopt het kind achter op andere kinderen wat betreft het weglaten van clitics en het gebruik van naamvallen?
- Laat het kind vaak vraagwoorden zoals wie/hoe/wat weg in vraagzinnen?

Deze vragen zijn gebaseerd op een studie waarin Griekse kinderen met TOS onderzocht werden (Tsimpli, 2001). Deze studie wordt besproken in paragraaf 4.


1. Algemene informatie over het Grieks


Taalfamilie
Al vele jaren voor Christus is de (Klassiek) Griekse taal ontstaan en dus wordt deze taal al geruime tijd gesproken. Vanaf ongeveer 1500 na Christus is hier het Modern Grieks (ook wel het Nieuw Grieks genoemd) uit voortgevloeid, zo stellen meerdere studies (Arvaniti, 1999; Joseph, 2013; Joseph & Tserdanelis, 2013). Het Modern Grieks, maar ook de voorgaande vormen van het Grieks, vallen onder de taalfamilie van de Indo-Europeaanse talen. De Indo-Europeaanse taalfamilie omvat echter weer verschillende taalfamilies, waarbinnen het Modern Grieks onder de tak van Helleense talen valt. Op het moment zijn er ongeveer 13 miljoen mensen met het Modern Grieks als moedertaal. De meesten hiervan bevinden zich in de gebieden waar het Modern Grieks als gesproken taal het meest voorkomt. Dit zijn zo’n 10 miljoen mensen in Griekenland en een half miljoen op Cyprus. De rest van de sprekers van het Modern Grieks bevinden zich in diaspora in vele andere landen. Dit betreft gebieden in Egypte, Italië, Turkije en de laatste paar decennia ook veelal delen van Noord-Amerika, West-Europa, Australië en Centraal-Azië (Joseph, 2013).

Organisatie van de verschillende dialecten/spreektaalvarianten
Vanaf halverwege de 19e eeuw is er in Griekenland sprake van een diglossie, die zich uit in het gebruik van twee verschillende dialecten van het Modern Grieks in eenzelfde maatschappij. Deze tweedeling in de Griekse taal bestaat uit enerzijds het Katharevousa, dat gezien wordt als ‘de zuivere taal’, de taal van de hoge variëteit, officiële functies en de literatuur, en deze wordt geassocieerd met het Klassiek Grieks. Anderzijds is er het Dhimotiki, ook wel ‘de populaire taal’ genoemd, dat in feite gewoon de moedertaal van de Grieken betreft en wordt gezien als de taal van het volk. In 1976 werd het gebruik van het Katharevousa door de overheid afgeschaft. De standaard voor het Modern Grieks dat momenteel wordt gesproken is gebaseerd op het dialect Dhimotiki (Joseph, 2013; Arvaniti, 1999).

Verschil tussen spreektaal en schrijftaal
De Modern Griekse taal bevat veel regelmatigheden en heeft een transparante orthografie. Dit houdt in dat de grafemen en de fonemen in het Modern Grieks (bijna) perfect met elkaar corresponderen. Elk woord wordt exact zo uitgesproken als de geschreven versie van het woord (ποταμι = /po’tami/ ‘rivier’ en ποδηλατο = /po’dilato/ ‘fiets’), wat de uitspraak van het Modern Grieks zeer voorspelbaar maakt. Het wordt gemakkelijker voor sprekers van het Grieks om woorden als geheel te onthouden, omdat bepaalde regels of uitzonderingen niet onthouden hoeven worden (Nikolopoulos, 1999).

Schriftsysteem
Het schriftsysteem van het Modern Grieks stamt af van het Fenicische schrift en bestaat al sinds de negende eeuw voor Christus.
Hoofdletters: Α Β Γ Δ Ε Ζ Η Θ Ι Κ Λ Μ Ν Ξ Ο Π Ρ Σ Τ Υ Φ Χ Ψ Ω
Kleine letters: α β γ δ ε ζ η θ ι κ λ μ ν ξ ο π ρ ς/σ τ υ φ χ ψ ω

Het schriftsysteem is afwijkend van het klassiek Latijnse alfabet dat in de meeste Europese talen gebruikt wordt. Zo bevat het alfabet van het Modern Grieks 24 letters in plaats van de (voor Nederlanders) gebruikelijke 26 letters en zijn de symbolen van beide alfabetten verschillend. In onderstaande tabel (figuur 1) zijn de hoofd- en kleine letters van het Modern Griekse alfabet weergegeven met bijbehorende transcriptie en uitspraak.

Figuur 1 - Alfabet van het Modern Grieks, met bijbehorende transcriptie/uitspraak (Stephany, 1997).
alfabet grieks.jpg


2. Specifieke informatie over het Grieks



Fonologie

Kleine elementen in het Grieks zijn door de jaren heen veranderd, waardoor een verschil ontstaan is tussen het Klassiek Grieks en het Modern Grieks. Voor deze pagina zal slechts uitgegaan worden van de typologie van het Modern Grieks.

Consonanten
In onderstaande figuur (figuur 2) zijn de negentien consonanten van het Modern Grieks te vinden (Nikolopoulos, 1999). In dit figuur is meteen te zien binnen welke groep de consonanten vallen en waar in de mond deze worden geproduceerd.

Figuur 2 - Consonanten van het Modern Grieks (Joseph & Tserdanelis, 2013)
medeklinkers grieks.jpg

Over de stemhebbende plofklanken (stops) in het Modern Grieks is enige twijfel. Wanneer een nasale klank aan de plofklank vooraf gaat, kan de plosief in het Modern Grieks verschijnen als een stemloze klank (vergelijk /o pa’teras/ ‘the father (NOM.SG)’ met /tom ba’tera/ ‘the father (ACC.SG)’) (Joseph & Tserdanelis, 2013). Daarbij lijkt het waarschijnlijk dat de verschijningen van een stemhebbende klank in plaats van een stemloze klank na een nasaal zich voornamelijk in het gedeelte aan het begin van een woord bevinden in plaats van in het midden van een woord. Dit is deels te verklaren doordat in de Griekse orthografie de stemhebbende plofklanken gerepresenteerd worden door een letter voor de nasale klank plus een letter voor de stemloze stop (bv. mp voor [b]) (Joseph & Tserdanelis, 2013).
Zoals in de tabel te zien zijn er meer fricatieven dan plofklanken (stops), waarbij meespeelt dat de stemhebbende plofklanken in veel situaties vervangen worden door stemloze plofklanken. Binnen de groep fricatieven wordt de stemhebbende velaire fricatief afgewisseld met de palatale fricatief, waarbij in het geval van klinkers die voor in de mond worden geproduceerd de palatale fricatief verschijnt (vgl. /a’nigo/ ‘ik open’ met /a’niji/ ‘hij opent’). Maar ook tussen de klinker /i/ en de palatale fricatief [j] zit afwisseling (vgl. /ka’ravi-Ø/ ‘boot (SG)’ met /ka’ravj-a/ ‘boten (PL)’). Er zijn echter ook situaties waarin de palatale fricatief niet verandert en is er sprake van minimale paren, waardoor er een willekeurig gebruik van de initiële palatale fricatief ontstaat en er hiervoor geen heldere analyse gesteld kan worden (Joseph & Tserdanelis, 2013).
De affricaten in het Modern Grieks verschillen niet veel van de affricaten in de meeste talen. Ook in het Modern Grieks bevatten de affricaten twee klanken, maar worden deze gezien als een enkel foneem (Joseph & Tserdanelis, 2013).

De klanken uit het Grieks komen veelal overeen met de klanken zoals de Nederlandse taal deze bezit. Echter heeft het Grieks een aantal klanken meer dan het Nederlands. Zo komen de /g/ (als in ‘goal’), /ʒ/ (als in ‘rouge’), /ʤ/ (als in ‘jeep’) in het Nederlands slechts voor in leenwoorden (Freie Universität Berlin, 2013) en niet in woorden van Nederlandse afkomst.

Vocalen
In onderstaande figuur (figuur 3) zijn de vocalen van het Modern Grieks weergegeven. Het klinkersysteem van het Modern Grieks lijkt met haar driehoekige vorm in evenwicht te zijn (Joseph & Tserdanelis, 2013). De /a/ wordt met de lippen open uitgesproken, de /e/ en /o/ met half gesloten lippen, waarbij deze vocalen respectievelijk voor en achter in de mond worden geproduceerd. De /i/ en /u/ daarentegen, worden met de lippen bijna gesloten uitgesproken en deze worden respectievelijk voor en achter in de mond geproduceerd. Overigens hebben de klinkers uit het Modern Grieks allemaal maar één fonetische uitspraak (Nikolopoulos, 1999).

Figuur 3 - Vocalen van het Modern Grieks (Joseph & Tserdanelis, 2013)
vocalen grieks.jpg

Klankcombinaties
In het Modern Grieks komen net als in het Nederlandse zes diftongen voor. Het Modern Grieks heeft voor deze vier diftongen verschillende uitspraken, namelijk ‘aj’ voor de eerste twee, ‘oj’ voor de middelste twee, en 'ej' en 'iej' voor de laatste twee diftongen.

αϊ
νεράιδα [nerajdha] ‘fee’
αη
αηδόνι [ajdhoni] ‘nachtegaal’
οϊ
ρολόι [roloj] ‘uurwerk’
οη
βοηθώ [vojtho] ‘helpen (ww.)’
εϊ
θεϊκός [thejkos] 'goddelijk
υϊ
μυϊκός [miejkos] 'musculair'

In het Modern Grieks is ook sprake van combinaties van medeklinkers. Een dergelijke combinatie wordt in het Modern Grieks, net als in het Nederlands, uitgesproken als zijnde één medeklinker. In het Grieks worden in sommige gevallen echter niet alle medeklinkers uit de combinatie uitgesproken, terwijl in het Nederlands alle medeklinkers in een cluster worden uitgesproken. Alleen wanneer het medeklinkercluster op een klinker volgt, worden alle medeklinkers in de combinatie uitgesproken. Een uitzondering hierbij is de [τζ], deze wordt te allen tijde uitgesproken als /dz/.

γγ
άγγελος [angelos] "bode"
γκ
γκάζι [gazi] "gas"
μπ
μπετόν [beton] "beton"
ντ
ντους [does] "douche"
γκ
όγκος [ongkos] "volume"
μπ
εμπόριο [emborjo] "handel
ντ
πέντε [pende] "vijf"
τζ
τζατζίκι [dzadziki] "tzatziki"

Woordstructuur
In zijn thesis haalt Nikolopoulos (1999) een onderzoek van Zachos (1991) aan waarin naar voren komt dat de structuur van het Modern Grieks het meest overeenkomt met een CV-structuur. De CCV- en VCC-structuren worden beduidend minder gebruikt.

Morfologie

Het Modern Grieks maakt gebruik van woordverbuigingen door middel van morfemen om grammaticale informatie te verschaffen over het woord. Dit kunnen verschillende typen woorden zijn, zoals werkwoorden, zelfstandig naamwoorden en bijvoeglijk voornaamwoorden.

Werkwoordsvervoeging
Het woordfinale morfeem geeft aan binnen welke categorie de woordverbuiging valt. In feite werkt dit dus hetzelfde als in het Nederlands. In tegenstelling tot het Nederlands heeft het Modern Grieks echter slechts één grammaticaal voorvoegsel, namelijk een markeerder voor de verleden tijd (ook wel het augment genoemd: een toevoeging aan de stam van het werkwoord). Overigens zijn er nieuwe ontwikkelingen waaruit blijkt dat het Modern Grieks wellicht meerdere voorvoegsels heeft, waarbij deze de toekomende tijd aanduiden (Joseph & Tserdanelis, 2013).

Zoals te zien is in figuur 4 is een persoonlijk voornaamwoord in het Grieks niet nodig. Dit komt doordat de uitgang al voldoende informatie bevat over geslacht, getal en naamval. In het Nederlands zou dit tot verwarring kunnen leiden. In de onze taal is het namelijk over het algemeen zeer van belang dat het persoonlijk voornaamwoord genoemd wordt, omdat sommige vervoegingen van werkwoorden voor verschillende kenmerken (geslacht en getal) hetzelfde kunnen zijn. Bij de vorm voor de verleden tijd in het Modern Grieks verandert de vervoeging aan het einde van het werkwoord en komt er een augment aan het begin van het werkwoord bij. Ook in deze en de andere tijdsvormen is geen persoonlijk voornaamwoord benodigd.

Figuur 4 - Werkwoordvervoeging in het Modern Grieks (Wikipedia, 2013).
ww-vervoeging grieks.jpg

Naamwoordverbuiging
Niet alleen de werkwoordsvervoegingen, maar ook de verbuigingen op de naamwoorden in het Modern Grieks omvatten persoon (getal) en naamval. Deze zijn verschillend voor mannelijke, vrouwelijke of onzijdige naamwoorden, zo is te zien in onderstaande figuren. Vanuit de verbuigingen is op te maken in welke naamval het naamwoord staat, namelijk nominatief, genitief, accusatief of vocatief en of het naamwoord enkelvoud of meervoud is.

Figuur 5 - Naamwoordverbuiging (mannelijk) in het Modern Grieks (Wikipedia, 2013).
naamwoorden mnl.jpg

Figuur 6 - Naamwoordverbuiging (vrouwelijk) in het Modern Grieks (Wikipedia, 2013).
naamwoorden vrl.jpg

Figuur 7 - Naamwoordverbuiging (onzijdig) in het Modern Grieks (Wikipedia, 2013).
naamwoorden onz.jpg

Syntaxis

In feite kan in het Modern Grieks, voor wat betreft de belangrijkste elementen van de zin, een willekeurige woordvolgorde aangenomen worden. Door de verschillende uitgangen van woorden kan de naamval afgeleid worden en hieraan is te zien welke vorm het woord aanneemt. In het Nederlands zou dit verwarring op kunnen leveren, aangezien in deze taal sprake is van een vaste woordvolgorde. Tegenwoordig wordt echter ook in het Modern Grieks meer geneigd naar een vaste woordvolgorde, namelijk de SVO (subject-verb-object) volgorde (Stephany, 1997). Dit is voornamelijk het geval in contexten waarvoor geen markeerders voor verdere grammaticale informatie worden gebruikt. Niet alleen is er tussen de woorden in vaak sprake van een ongebonden volgorde, maar ook tussen delen van zinnen is een vrije ordening gebruikelijk. Hier zijn echter in sommige situaties enkele regels van toepassing, bijvoorbeeld dat het lidwoord altijd aan het begin van het zinsdeel staat, behalve wanneer een aanwijzend voornaamwoord in de zin voorkomt (Joseph & Tserdanelis, 2013).

Het Modern Grieks is een pro-drop, maar ook een null-subject taal. Dit houdt in dat respectievelijk bepaalde voornaamwoorden in sommige contexten kunnen worden weggelaten en dat door bepaald gebruik van grammaticale elementen het onderwerp kan ontbreken in de hoofdzin. De Modern Griekse taal berust voornamelijk op markering door middel van verscheidene naamvallen, waarbij de zin te decoderen is door hetgeen er met de inflecties (vervoegingen) op voorzetsels en werkwoorden gebeurt (Joseph & Tserdanelis, 2013). In het Nederlands kan dit niet aangezien de vervoegingen voor bepaalde getallen/persoonsvormen/naamvallen hetzelfde zijn. Denk aan ‘Jan ziet Piet'. In het Grieks worden de inflecties zo op elkaar aangepast dat meteen duidelijk is hoe de zin geïnterpreteerd dient te worden, ook wanneer de woorden Piet en Jan van plaats zouden wisselen. Als in het Nederlands de woorden van deze zin door elkaar gegooid zouden worden, verandert de betekenis. Immers, de zin ‘Piet ziet Jan’ heeft een heel andere betekenis dan de zin ‘Jan ziet Piet'.

Ontkenningen in het Modern Grieks worden op een syntactische manier, met losse woorden, aangegeven. Deze woorden voor ontkenning, ‘de(n)’ en ‘mi(n)’, behoren links van het werkwoord te staan. Tegenwoordig worden ‘de(n)’ en ‘mi(n)’ als affix tegen het werkwoord aangeplakt (Joseph, 2013), zoals in onderstaande voorbeelden:

Δεν τουζήτησαναέρθει. (Den tou zitisa na erthei, "I didn't ask him to come.")
Τουζήτησανα μην έρθει. (Tou zitisa na min erthei, "I asked him not to come.")

Pragmatiek

Jonge Griekse kinderen hebben over het algemeen een, in onze ogen, vrij onbeleefde manier van aandacht vragen. Ze roepen naar de volwassenen en trekken aan diens kleren. Hierbij maken ze geen gebruik van uitingen die hun beleefdheid naar volwassenen benadrukt (Thomas, 2010). Nederlandse kinderen kunnen ook veel ‘mama’ of ‘papa’ roepen als ze een ouder nodig hebben, waarbij ze zo nu en dan ook aan de kleren van de ouders trekken. Echter wordt dit in Nederland niet altijd geaccepteerd.



3. Verwervingsvolgorde in bovenstaande domeinen


De interesse in de verwerving(-svolgorde) van het Grieks is de laatste jaren toegenomen. Dit is echter voornamelijk in Griekenland het geval en daardoor publiceren veel taalkundigen in het Grieks. Uit enkele onderzoeken, waarover in het Engels is gepubliceerd, is enige informatie over de verwerving van het Grieks te vinden. Deze informatie is naast elkaar gelegd en vergeleken; helaas werd hier niet altijd een exacte leeftijd bij genoemd. Onderstaande volgorde van de verwerving van het Grieks is hier op gebaseerd.

Brabbelen en eerste woordjes
Vanaf hun geboorte zijn Griekse kinderen al bezig met het maken van geluid. Op dat moment uit dit zich voornamelijk in huilgeluiden. Vanaf het moment dat de kinderen zes weken oud zijn maken ze meer gecontroleerde klankgeluiden en wanneer ze de zes maanden bereiken beginnen ze met het brabbelen. Onder brabbelen wordt verstaan dat de kinderen syllabes bestaande uit medeklinkers en klinkers vaak herhalen (denk aan ‘mamama’ of ‘dadada’. Het eerste echte woordje wordt door Griekse kinderen veelal rond of kort na hun eerste levensjaar geproduceerd (Thomas, 2010).

Fonologie
Geleidelijk aan ontwikkelen de kinderen hun fonologische vaardigheden zoals volwassenen deze bezitten. De kennis van de fonemen van Griekse kinderen is al rond hun vierde bijna volledig. Met dit fonemisch begrip kunnen kinderen op jonge leeftijd al op een onbewuste manier vereenvoudigde regels toepassen die hun taalproductie bepaalt (Thomas, 2010). Zo gebruiken kinderen die op een leeftijd zijn dat ze veel brabbelen een vereenvoudiging in het syllabepatroon. Ze neigen er sterk naar patronen te herhalen; zoals ‘mamama’ of ‘dadada’.

Lexicon
Bij het ontwikkelen van het lexicon van Griekse kinderen, blijkt dat de eerste woordjes van de kinderen holophrastic zijn, wat betekent dat één bepaald woord garant kan staan voor een hele zin. In het Grieks is hierbij ook het accent binnen het woord belangrijk. De fouten die hierin gemaakt worden, zijn te wijten aan een jonge uitspraak door de Griekse kinderen (Thomas, 2010).

Morfologie
Het Modern Grieks bezit een zeer complexe morfologie. Het is dan ook niet vreemd dat kinderen veel fouten maken in de morfologie. Dit zijn fouten als het vereenvoudigen van uitgangen en het overgeneraliseren van regelmatige woorden (Thomas, 2010). Het gebruik van bepaalde morfologische elementen zorgt ervoor dat de betekenis van een woord verandert. Om hier op in te spelen, leren moedertaalsprekers van de taal al van jongs af aan de verschillende morfemen die in hun taal voorkomen, zodat de prefixes en suffixes (markeerder voor tijd en meervoud) door hen correct gebruikt worden (Andreou et al., 2008). In het Nederlands is dit een ander verhaal. Daar wordt betekenis aan een zin gegeven door de manier waarop de zin geconstrueerd is, dus de volgorde van de woorden, en niet door de gebruikte morfemen.



4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen


Veel onderzoeken naar taalstoornissen in het Modern Grieks zijn uitgevoerd door de wetenschappers Stephany, Tsimpli en Stavrakaki. Hieronder zijn resultaten uit enkele van hun onderzoeken naar TOS in het Modern Grieks vermeld.

Tsimpli (2001) heeft onderzoek gedaan waarin zij het ontwikkelingspatroon met betrekking tot morfosyntactische elementen in normaal ontwikkelende Griekse zeer jonge kinderen (NO, 1-3 jaar) vergeleek met de data van een aantal Griekse kinderen met een specifieke taalontwikkelingsstoornis (TOS, 4-6 jaar). In dit onderzoek gebruikt Tsimpli (2001) data van NO-kinderen, verzameld door Stephany (1997). De data van de kinderen met TOS heeft zij zelf verzameld.

Uit het onderzoek kwam naar voren dat de data van de kinderen met TOS op het gebied van werkwoorden overeenkomen met de data van de NO-kinderen die zich in fase 2 (2;3-2;5 jaar) bevinden. Kinderen met TOS maken in de meerderheid van de verplichte contexten nauwkeurig gebruik van markeringen die een onderscheiding in tijdsaanduiding aangeven. Enkel functiewoorden verschijnen niet consistent en als ze dat wel doen, worden ze gereduceerd tot de klinker /a/.

Tsimpli (2001) stelt dat binnen de overeenkomst tussen onderwerp en werkwoord de eerste en derde persoon enkelvoud en meervoud wel is verworven door kinderen met TOS, maar de tweede persoon enkelvoud en meervoud niet. Een onderscheid tussen NO-kinderen en kinderen met TOS is hierbij dat NO-kinderen de derde persoon enkelvoud trachten overmatig te gebruiken. In de data van de kinderen met TOS komt dit niet naar voren.

Op het gebied van de naamwoorden zijn de prestaties in fase 1 (1;8-1;11 jaar) van de NO-kinderen gelijk aan het ontwikkelingspatroon in kinderen met TOS.

NO en TOS kinderen gebruiken het bepaalde en onbepaalde lidwoord op eenzelfde manier. Van het onbepaalde lidwoord wordt correct gebruik gemaakt, alhoewel de mannelijke vorm later gebruikt wordt dan de vrouwelijke en onzijdige vormen (Stephany (1997) in Tsimpli, 2001). Daarnaast vindt in de meeste gevallen omissie van het bepaalde lidwoord plaats. Een andere fout resulteert in onderspecificatie van geslacht en naamval door de reductie van CV(C) in lidwoorden naar vormen als CV of V.

NO kinderen laten in fase 1 object clitics veelal weg, hoewel hierbij een significant verschil te zien is ten opzichte van fase 2. De ontwikkeling van clitics in TOS-kinderen komt overeen met het patroon in fase 1 van NO-kinderen, maar bij de kinderen met TOS is een duidelijk patroon te zien waarin alle kinderen veel fouten in de weglating van clitics maken. NO-kinderen lijken hierin individueel veel te van elkaar te verschillen (Tsimpli, 2001).

De sterke voornaamwoorden verschijnen bij kinderen met TOS in een correcte vorm in alle personen, behalve in eerste persoon enkelvoud en tweede persoon meervoud. Bij elk kind uit de groep NO zijn de voornaamwoorden al in fase 1 ontwikkeld. Tsimpli (2001) haalt hierbij data van het onderzoek van Stephany (1997) aan waarin wordt gesteld dat de derde persoon enkelvoud voorloopt op de eerste en tweede persoon enkelvoud. Daarna volgen alle meervoudsvormen. De overeenkomst tussen geslacht en getal worden nog niet zonder fouten gebruikt, al zijn in fase 3 (2;9-2;11 jaar) ook deze elementen op voornaamwoorden verworven.

NO-kinderen laten in hun ontwikkeling zien dat ze in fase 1 aanduiding van naamvallen al gebruiken, namelijk gemarkeerd op de stam van het naamwoord. Ongemarkeerde vormen worden in elke fase geproduceerd. In het onderzoek van Tsimpli (2001) laten TOS-kinderen een beeld zien dat dichtbij fase 1 in de ontwikkeling van NO-kinderen ligt.

Als laatste is het gebruik van vraagwoorden in kinderen met TOS onderzocht. Zij gebruiken in de meeste gevallen 'waar' en blijken het meest moeite te hebben met de woorden 'wat' en 'hoe'. Fouten die hierin gemaakt worden, zijn vooral het weglaten van het vraagwoord, waarbij het werkwoord in de vraagzin aan het begin blijft staan. Dit komt niet overeen met de data van de normaal ontwikkelende kinderen. Door hen worden vanaf fase 1 'wat' en 'waar' en vanaf fase 2 en 3 ook de andere woorden (wie, hoe, wanneer) gebruikt. TOS-kinderen laten een aanzienlijk hoog gebruik van omissie zien bij vraagwoorden, NO-kinderen doen dit nergens in hun taalontwikkeling (Tsimpli, 2001).
Doordat er geen enkele fase is in de normale ontwikkeling waarin de resultaten van de kinderen met TOS overeenkomen voor zowel verbaal en nominaal domein, kan geconcludeerd worden dat taalverwerving in kinderen met TOS een ander patroon volgt dan dat van normaal ontwikkelende kinderen (Tsimpli, 2001).


Voorbeelduitingen
Onderstaand enkele voorbeelden van fouten die Griekssprekende kinderen met een TOS maakten. Gemiddelde leeftijd van 5;5.
11.png
12.png
Bron: Tsimpli en Stavrakaki (1999)



5. Slotopmerkingen


Met deze wikipagina over het Modern Grieks wordt geprobeerd logopedisten, klinisch linguïsten en andere taalonderzoekers die te maken krijgen met meertalige kinderen waarbij een taalstoornis vermoed wordt een handreiking te bieden. Er is al een veelheid aan informatie beschikbaar, maar door de toegenomen interesse in de taalverwerving van het Modern Grieks komen er telkens meer publicaties bij. Er wordt geprobeerd deze Wikipagina up-to-date te houden, zodat hier altijd de laatste ontwikkelingen online staan. Voor meer informatie over (de taalverwerving van) het Modern Grieks, zijn hieronder enkele referenties te vinden.

Literatuurverwijzingen